28-08-04

futiliteit van de menselijke geschiedenis

In de loop van de laatste tweehonderd jaar heeft de merel de bossen verlaten en is een stadsvogel geworden. Eerst in Groot-Brittannië, reeds aan het einde van de achttiende eeuw, enkele tientallen jaren later in Parijs en het Ruhrgebied. Gedurende de hele negentiende eeuw overwon hij stuk voor stuk alle Europese steden. In Wenen en Praag vestigde hij zich rond 1900 en trok daarna oostwaarts, naar Budapest, Belgrado, Istanbul.
Vanuit het gezichtspunt van de aardbol is deze invasie in de wereld van de mens onbetwistbaar belangrijker dan de invasie van de Spanjaarden in Zuid-Amerika of de terugkeer van de joden in Palestina. Verschuivend van de verhouding tussen de afzonderlijke soorten van de schepping (vissen, vogels, mensen, planten) is een verandering van hogere orde dan verschuiving van de verhouding tussen de afzonderlijke groepen van dezelfde soort; Of Tsjechië door de Kelten of door de Slaven, Bessarabië door de Roemenen of de Russen werd bewoond, kan de aardbol min of meer koud laten. Het feit echter dat de merel zijn oorspronkelijke natuur heeft verlaten teneinde de mens te volgen naar zijn kunstmatige, tegennatuurlijke wereld, heeft iets veranderd in de orde van de planeet.
Desondanks durft niemand de laatste twee eeuwen te zien als de geschiedenis van een invasie van merels in de steden van mensen. We zijn allen in de ban van de verstarde opvatting over wat belangrijk en wat onbenullig is, we fixeren ons angstig op het belangrijke, terwijl het onbelangrijke in het verborgene, achter onze rug, zijn guerilla voert die uiteindelijk ongemerkt de wereld verandert en ons onvoorbereid overrompelt.
 
 Milan Kundera, Het boek van de lach en de vergetelheid

 


21:38 Gepost door dirkberckvens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.